Hashimoto en coeliakie: wat is het verband?
Wat is het verband tussen Hashimoto en coeliakie? Lees waarom ze vaker samen voorkomen, wanneer testen zinvol kan zijn en waarom je niet zomaar glutenvrij moet eten.
Wanneer je Hashimoto hebt, ga je misschien anders naar voeding kijken. Zeker als je regelmatig last hebt van een opgeblazen buik, wisselende stoelgang of vermoeidheid die maar niet verdwijnt.
Misschien heb je helemaal geen duidelijke darmklachten, maar voel je je al langere tijd niet goed. En dan lees je ergens over het verband tussen Hashimoto en coeliakie.
Dat verband bestaat inderdaad. Coeliakie komt vaker voor bij mensen met een auto-immuunziekte van de schildklier dan bij mensen zonder zo'n aandoening.
Maar dat betekent niet dat iedereen met Hashimoto coeliakie heeft. En het betekent ook niet dat je automatisch glutenvrij moet eten zodra je de diagnose Hashimoto krijgt.
Het is belangrijk om die verschillen goed te begrijpen, vooral wanneer je klachten hebt en overweegt om gluten uit je voeding te schrappen.
Wat hebben Hashimoto en coeliakie met elkaar te maken?
Hashimoto en coeliakie zijn allebei auto-immuunziekten, maar ze beïnvloeden verschillende delen van je lichaam.
Bij Hashimoto richt het afweersysteem zich tegen de schildklier. Daardoor kan de schildklier na verloop van tijd beschadigd raken en minder schildklierhormoon produceren.
Bij coeliakie ontstaat een afweerreactie op gluten bij mensen die daarvoor gevoelig zijn. Gluten zijn eiwitten die voorkomen in onder andere tarwe, gerst en rogge.
Wanneer iemand met coeliakie gluten eet, kan er een ontstekingsreactie in de dunne darm ontstaan. Daardoor kan het darmslijmvlies beschadigd raken en kunnen voedingsstoffen minder goed worden opgenomen.
Het zijn dus twee afzonderlijke aandoeningen. Toch komen ze vaker samen voor dan je op basis van toeval zou verwachten.
Mensen met één auto-immuunziekte hebben namelijk een verhoogde kans om ook een andere auto-immuunziekte te ontwikkelen. Daarbij kunnen gedeelde genetische en immunologische factoren een rol spelen.
Dat betekent niet dat Hashimoto rechtstreeks coeliakie veroorzaakt, of andersom.
Heb je met Hashimoto meer kans op coeliakie?
Ja. Mensen met auto-immuunziekten van de schildklier hebben een verhoogde kans op coeliakie.
Dat is de reden waarom artsen bij bepaalde klachten of medische omstandigheden ook aan coeliakie kunnen denken.
Maar een verhoogde kans betekent niet dat de meeste mensen met Hashimoto coeliakie hebben. Dat is niet zo.
De diagnose Hashimoto is daarom op zichzelf geen bewijs dat gluten een probleem voor je zijn.
Wel is het verstandig om alert te zijn op aanhoudende of onverklaarde klachten die bij coeliakie kunnen passen.
Moet je gluten vermijden als je Hashimoto hebt?
Niet automatisch.
Wanneer je daadwerkelijk coeliakie hebt, is een strikt en levenslang glutenvrij dieet noodzakelijk. Zelfs kleine hoeveelheden gluten kunnen bij coeliakie opnieuw een afweerreactie veroorzaken en de dunne darm beschadigen.
Heb je Hashimoto zonder coeliakie, dan bestaat er geen algemene medische aanbeveling dat je volledig glutenvrij moet eten vanwege je schildklieraandoening.
Sommige mensen merken dat ze zich beter voelen wanneer ze hun voeding aanpassen. Die ervaring mag je serieus nemen.
Maar je beter voelen zonder gluten is niet hetzelfde als bewezen coeliakie hebben.
Juist daarom is het verstandig om eerst te onderzoeken of er een medische reden bestaat om gluten te vermijden.
Waarom wordt er zoveel gesproken over gluten en Hashimoto?
Veel klachten die bij Hashimoto kunnen voorkomen, komen ook voor bij andere aandoeningen.
Denk aan vermoeidheid, een opgeblazen buik, veranderingen in de stoelgang, concentratieproblemen of het gevoel dat je je al langere tijd niet goed voelt.
Wanneer je vervolgens leest dat Hashimoto en coeliakie vaker samen voorkomen, is het begrijpelijk dat je je afvraagt of gluten misschien een rol spelen.
Maar een opgeblazen buik betekent niet automatisch dat je coeliakie hebt. En vermoeidheid is op zichzelf geen bewijs dat gluten de oorzaak zijn.
Zelfs wanneer je klachten verminderen nadat je brood of pasta hebt geschrapt, kun je daaruit niet concluderen dat je coeliakie hebt.
Daarvoor is gericht medisch onderzoek nodig.
Wat is coeliakie precies?
Coeliakie is een auto-immuunziekte waarbij het afweersysteem reageert op gluten.
Bij mensen met coeliakie kan het eten van gluten een ontstekingsreactie in de dunne darm veroorzaken. Daardoor kunnen de darmvlokken beschadigd raken, wat de opname van voedingsstoffen kan verstoren.
Coeliakie is niet hetzelfde als een tarweallergie. Het is ook niet automatisch hetzelfde als buikklachten krijgen na het eten van brood of andere glutenbevattende producten.
Om vast te stellen of iemand coeliakie heeft, wordt specifiek medisch onderzoek gedaan.
Welke symptomen kunnen bij coeliakie voorkomen?
Coeliakie kan zich op verschillende manieren uiten.
Sommige mensen hebben vooral darmklachten, zoals diarree, obstipatie, buikpijn of een opgeblazen gevoel.
Anderen merken vooral vermoeidheid, bloedarmoede, onverklaarde gewichtsveranderingen of tekorten aan bepaalde voedingsstoffen.
Ook klachten buiten het maag-darmkanaal kunnen voorkomen.
Niet iedereen met coeliakie heeft dus de typische combinatie van buikpijn en diarree.
Dat maakt het soms lastig om de aandoening te herkennen, zeker wanneer je al Hashimoto hebt en bepaalde klachten daardoor misschien vanzelfsprekend bent gaan vinden.
Kun je coeliakie hebben zonder buikklachten?
Ja. Coeliakie kan aanwezig zijn zonder duidelijke maag-darmklachten.
Bij sommige mensen wordt de aandoening ontdekt tijdens onderzoek naar bloedarmoede, voedingstekorten of andere medische problemen.
Je kunt coeliakie daarom niet uitsluiten alleen omdat je geen buikpijn of diarree hebt.
Heb je Hashimoto en zijn er klachten of afwijkingen waarvoor nog geen goede verklaring is gevonden? Dan kun je met je huisarts bespreken of onderzoek naar coeliakie zinvol is.
Hoe wordt coeliakie vastgesteld?
Onderzoek naar coeliakie begint meestal met bloedonderzoek naar specifieke antistoffen.
Vaak wordt gekeken naar antistoffen tegen weefseltransglutaminase, ook wel tTG-IgA genoemd. Daarnaast kan totaal IgA worden bepaald, omdat een IgA-tekort invloed kan hebben op de betrouwbaarheid van bepaalde bloedtesten.
Afhankelijk van de uitslagen, je leeftijd en je medische situatie kan verder onderzoek nodig zijn om de diagnose te bevestigen. Bij volwassenen kan dat bijvoorbeeld een onderzoek van de dunne darm met biopten zijn.
Je arts bepaalt welke onderzoeken in jouw situatie passend zijn.
Eén punt is daarbij bijzonder belangrijk: **begin niet alvast volledig glutenvrij te eten voordat het onderzoek naar coeliakie is afgerond.**
Waarom moet je gluten blijven eten vóór een coeliakietest?
Bij onderzoek naar coeliakie wordt gekeken naar de reactie van je lichaam op gluten.
Wanneer je gluten al langere tijd uit je voeding hebt verwijderd, kunnen de antistoffen afnemen en kan het darmslijmvlies beginnen te herstellen.
Daardoor kunnen bloedonderzoek en eventueel darmonderzoek minder betrouwbaar worden.
Als je vermoedt dat je coeliakie hebt, bespreek dan eerst met je huisarts hoe je getest kunt worden voordat je gluten schrapt.
Ben je al glutenvrij gaan eten? Begin dan niet op eigen initiatief opnieuw grote hoeveelheden gluten te gebruiken om jezelf te testen.
Je arts kan beoordelen welke vervolgstappen nodig zijn.
Kun je coeliakie zelf testen door glutenvrij te eten?
Nee, niet betrouwbaar.
Je kunt merken dat je buikklachten, vermoeidheid of andere symptomen veranderen wanneer je glutenbevattende producten weglaat.
Maar dat is geen diagnostische test voor coeliakie.
Wanneer je brood, pasta, koek of andere producten schrapt, verandert vaak veel meer dan alleen je gluteninname.
Misschien eet je minder sterk bewerkte producten of juist meer rijst, aardappelen, groenten en andere voedingsmiddelen.
Daarom kun je op basis van een verbetering van je klachten niet vaststellen of gluten zelf de oorzaak waren.
Kan coeliakie invloed hebben op levothyroxine?
Ja, dat is mogelijk.
Bij onbehandelde coeliakie kan beschadiging van de dunne darm de opname van voedingsstoffen verstoren.
Bij sommige mensen kan ook de opname van levothyroxine minder goed verlopen.
Dat kan relevant zijn wanneer je ondanks een consequente innameroutine moeite hebt om je schildklierwaarden stabiel te houden of wanneer je een relatief hoge dosis levothyroxine nodig lijkt te hebben.
Dat bewijst niet dat je coeliakie hebt. Wisselende schildklierwaarden kunnen meerdere oorzaken hebben, waaronder het tijdstip van medicatie-inname en interacties met voeding, supplementen of andere medicijnen.
Maar wanneer er daarnaast andere aanwijzingen voor coeliakie bestaan, kan het verstandig zijn om dit met je arts te bespreken.
Wat gebeurt er met levothyroxine als coeliakie wordt behandeld?
Bij vastgestelde coeliakie is een strikt glutenvrij dieet de behandeling.
Wanneer het darmslijmvlies zich herstelt, kan de opname van voedingsstoffen verbeteren. Ook de opname van levothyroxine kan daardoor veranderen.
Gebruik je schildkliermedicatie, dan kan het belangrijk zijn om je TSH en eventueel FT4 te blijven controleren volgens het advies van je behandelaar.
Pas je medicatiedosis nooit zelf aan omdat je glutenvrij bent gaan eten.
Je arts kan beoordelen of een aanpassing nodig is.
Wat als je je beter voelt zonder gluten?
Wanneer je merkt dat bepaalde voedingsmiddelen invloed lijken te hebben op hoe je je voelt, is dat waardevolle informatie.
Maar het betekent niet automatisch dat je coeliakie hebt.
Er bestaan ook andere mogelijke oorzaken van klachten na het eten van tarwe of glutenbevattende producten.
Juist bij aanhoudende klachten is het verstandig om te onderzoeken wat er werkelijk speelt, voordat je steeds meer voedingsmiddelen gaat vermijden.
Dat helpt voorkomen dat je voeding onnodig beperkt wordt.
Hashimoto betekent niet dat je alles moet schrappen
Wanneer je Hashimoto hebt, kan voeding soms voelen als een ingewikkelde zoektocht.
Je leest adviezen om gluten, zuivel, suiker of soja te vermijden. Voor je het weet, wordt de lijst met voedingsmiddelen die je denkt niet meer te mogen eten steeds langer.
Maar Hashimoto betekent niet automatisch dat je een streng eliminatiedieet nodig hebt.
Bij coeliakie ligt dat anders. Dan is glutenvrij eten medisch noodzakelijk.
Het is daarom belangrijk om onderscheid te maken tussen een vastgestelde aandoening en het zonder duidelijke reden schrappen van allerlei voedingsmiddelen.
Wanneer moet je coeliakie met je huisarts bespreken?
Het kan zinvol zijn om coeliakie met je huisarts te bespreken wanneer je Hashimoto hebt en daarnaast aanhoudende of onverklaarde klachten ervaart.
Denk aan langdurige diarree, terugkerende buikpijn, een opgeblazen gevoel, bloedarmoede, voedingstekorten, onverklaarde vermoeidheid of gewichtsveranderingen.
Ook een familiegeschiedenis van coeliakie en problemen met het stabiel krijgen van je schildklierwaarden kunnen relevante aanwijzingen zijn.
Je huisarts kan beoordelen of bloedonderzoek of verdere diagnostiek passend is.
Hashimoto en coeliakie: wat moet je onthouden?
Hashimoto en coeliakie zijn twee verschillende auto-immuunziekten die vaker samen voorkomen dan bij mensen zonder een auto-immuunziekte van de schildklier.
Maar Hashimoto betekent niet automatisch dat je coeliakie hebt. En je hoeft niet standaard glutenvrij te eten alleen omdat je Hashimoto hebt.
Wanneer coeliakie daadwerkelijk is vastgesteld, is een strikt glutenvrij dieet wel noodzakelijk.
Vermoed je dat je coeliakie hebt? Bespreek dan eerst met je arts hoe je getest kunt worden voordat je gluten uit je voeding verwijdert.
Soms begint goed voor jezelf zorgen niet met steeds meer voedingsmiddelen schrappen, maar met begrijpen waar je klachten werkelijk vandaan komen.
Let hierop bij Hashimoto en gluten:
- Verhoogde kans op coeliakie bij een bestaande auto-immuunziekte.
- Onbehandelde coeliakie kan de opname van schildkliermedicatie verstoren.
- Test altijd op coeliakie vóórdat je start met een glutenvrij dieet.
- Buikklachten of vermoeidheid betekenen niet automatisch coeliakie.